
In mijn asielcentrum, slaapt iedereen per twee in een kamer. Ik slaap samen met de Oekraïner Igor. Wanneer ik dit aan andere asielzoekers vertel, lachen ze mij meestal gewoon uit of kloppen ze mij bemoedigend op de rug. Ik geloof dat niemand bereid zou zijn om met mij te wisselen van kamergenoot. Ik zou er zelfs twee pakjes sigaretten voor over hebben om te ruilen, misschien zelfs meer. Igor is vroeger in Oekraïne nog profbokser geweest. Ik weet dat hij hier in België ook nog soms gaat boksen in een verder gelegen boksclub. Toen ik hem voor het eerst zag moest ik zelfs even slikken. Toen ik zijn lijf zag, kreeg ik het benauwd. Van zijn borstkas kan je het hele asielcentrum een week lang van eten voorzien, dacht ik toen. Wat mij vooral zo angstig maakt, is het feit dat hij niet veel tegen me zegt, drie keer niets eigenlijk. Ik denk dat hij binnenin zo hard kookt, dat hij op een dag helemaal openbarst en zijn woede op mij zal uitwerken. Twee toeken op mijn toot en ik ben dood, zeker weten. Ik vind dat zijn kop een typische bokserskop is zoals ze in de glossy sportmagazines staan. Voor mij zou dit de droom geweest zijn om te fotograferen, die Igor, ik zou het zeker overwogen hebben om wat foto's van hem te nemen, moesten die smokkelaars mijn camera niet stukgesmeten hebben.
De laatste tijd is de spanning zo te snijden dat ik niet eens durf te slapen voor ik mij ervan verzekerd heb dat Igor reeds in dromenland vertoeft. Hoewel ik bijna zeker weet dat ik kansloos ben als hij mij eens hard zou aanpakken, heb ik toch maar voor de zekerheid mijn vork en mes onder mijn hoofdkussen gelegd. Maar de kans is groter dat ik mijn vork op zijn borstkas dubbel plooi. Volgens mij ketsen ook kogels op die kolos zijn lichaam af.
Als ik met Igor praat, ik schat dat dit zo'n tien minuten in een hele week is, dan doe ik dit in het Frans met hem. Ik vind zelfs dat mijn Frans nog bedroevender is dan het zijne. Terwijl ik een hele namiddag helemaal niets doe, brengt Igor een hele dag door boven zijn lesboeken Frans, ik denk dat hij een taaltest moet afleggen. Bij het eten knabbel ik altijd zo lang mogelijk op mijn boterham, Igor en ik maken er een sport van om het eten zo lang mogelijk in onze mond te houden. Dat geeft mij het gevoel een bezigheid te hebben.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten